Aanvul­lende vragen over aanbe­ste­dingstraject Jeugd­zor­gPlus


Geacht college,

Naar aanleiding van uw beantwoording van onze vorige vragen over dit dossier hebben wij nog een aantal aanvullende dan wel verdiepende vragen. Uw beantwoording strookt namelijk niet met de informatie die wij hebben en daar willen wij, gezien het belang van goede zorg voor deze uiterst kwetsbare groep jongeren, graag wat meer duidelijkheid over hebben. Het komt nu op ons over alsof stelselmatig de waarheid verdraaid wordt, dan wel dat er feiten al dan niet doelbewust achtergehouden worden.

Op onze vraag (1) wie de eisen en tekst hebben uitgeschreven voor de inkoopstrategie antwoordt u onder andere het volgende: De feitelijke eisen en teksten zijn opgesteld door de ambtelijke projectgroep onder begeleiding van een externe inkoper (aanbestedingsjurist).
Bij onze vraag (17) hoe het kan dat een en dezelfde belangenbehartiger van de gemeenten zowel het voortraject, de aanbestedingsprocedure en vervolgens het huidige contractmanagement uitvoert antwoordt u dat deze aanname niet juist is en dat de aanbestedingsprocedure verschillende fasen met verschillende partijen kent. Vervolgens toont u een hele handige tabel met de verschillende partijen die in de verschillende fasen bij het proces betrokken zijn, dan wel zijn geweest.
Om het nog handiger te maken hebben wij daarom even de initialen van de persoon die bij nagenoeg alle partijen betrokken is geweest vermeld. En dan blijkt dat onze aanname wellicht toch niet zo vreemd is.

Tabel

In een verslag dat in ons bezit is, wordt namens de bovenregionale gemeenten mr. J.T. opgevoerd als advocaat en procesbegeleider aanbesteding JeugdzorgPlus. Dit maakt deze advocaat in onze ogen de externe inkoper (aanbestedingsjurist) uit uw beantwoording van vraag 1
Volgens onze informatie maakte mr. J.T. vanaf begin af aan deel uit van de bovenregionale ambtelijke projectgroep, was deze advocaat penvoerder voor de 3 wethouders en had deze advocaat in het hele proces een sturende rol. Op dit moment is deze advocaat de bovenregionale contractmanager. Daarom nog een keer de vraag, maar nu iets specifieker, over waarom een en dezelfde persoon van begin tot eind invloed op het hele aanbestedingsproces heeft kunnen uitoefenen.

  1. Klopt het dat mr. J.T.:
    1. Deel uitmaakte van de bovenregionale ambtelijke projectgroep? (in welke rol dan ook).
    2. Betrokken was bij de beoordelingscommissie ook al had deze advocaat in de commissie zelf geen zitting?
    3. De huidige bovenregionale contractmanager Jeugdzorg is en in die rol eventuele klachten over Horizon moet beoordelen en kan bepalen of diverse jeugdzorginstanties geld krijgen?
    4. Eerder al de verdediging namens de gemeenten bij een rechtszaak over tarieven voor de jeugdzorg voerde?
    5. Wanneer de bovenstaande vragen met ja beantwoord worden, bent u het dan met ons eens dat advocaat mr. J.T. spreekwoordelijk de slager is die het eigen vlees mag keuren?
  2. Indien de bovenstaande vragen (deels) met ja beantwoord worden, bent u het dan eveneens met ons eens dat dit wel een heel dubieuze manier van doen is die machtsmisbruik en belangenverstrengeling in de hand zou kunnen werken?

Op onze vraag (4) wie er in de beoordelingscommissie zitten, antwoordt u dat vanwege de privacywetgeving de namen van de commissieleden niet openbaar zijn. Echter, de leden hebben daar in functie gezeten en niet als privé-persoon. Dat maakt dat wij het recht hebben om te weten om wie het gaat. Hoe kunnen wij anders onze controlerende taak uitvoeren? Als de namen wel bekend zouden zijn bij ons, dan zouden wij immers onderzoek kunnen gaan doen naar eventuele vooringenomenheid en/of gebrek aan deskundigheid en onafhankelijkheid van de desbetreffende commissieleden. Het niet onthullen van deze namen zien wij dan ook als obstructie van het uitvoeren van onze controlerende taak als raadslid. Hier weegt het belang van openbaarheid van bestuur in onze ogen zwaarder dan het belang van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.

Gemeenten hebben een wettelijke plicht om zich ervan te verzekeren dat de jeugdhulpaanbieders die zij inzetten, voldoen aan de kwaliteitsborg van art. 4.1.1 Jeugdwet. Ditzelfde geldt voor het kunnen beoordelen van inschrijvingen bij een aanbesteding in deze discipline. Bij de beoordeling hadden dus professionals met relevante expertise op het gebied van de JeugdzorgPlus betrokken moeten worden. (Dit volgt uit de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 1 mei 2017 (ECLI:NL:CRVB:2017:1477, Steenwijkerland)). Het gaat dan om personen die een opleiding hebben genoten en werkervaring hebben in een van de volgende disciplines: Gz-psycholoog, psychiater of deskundige op het gebied van leefklimaat op hbo/universitair niveau. Juist omdat de gemeenten graag innovatie willen, moet indringend getoetst worden of de jongeren gedurende hun gedwongen verblijf in de JeugdzorgPlus niet worden blootgesteld aan experimenten die risico’s voor hen met zich meebrengen. Daar is zorginhoudelijke kennis voor nodig.

Het is algemeen bekend dat de zes leden van de beoordelingscommissie enkel ter zake deskundig waren op het gebied van inkoop - en beleidsniveau. Hieruit concluderen wij dat de betreffende leden dus niet over voldoende relevante expertise op het gebied van de JeugdzorgPlus beschikten. Het door u gebruikte argument dat de rechter heeft geconcludeerd dat de aanbestedingsprocedure desondanks correct is verlopen, laat niet alleen vooringenomenheid zien, maar is ook geen geldig excuus ons te beletten onderzoek te doen naar eventuele belangenverstrengeling.

  1. Bent u het met ons eens dat op basis van het bovenstaande de leden van de beoordelingscommissie geen inhoudelijke kennis van zaken hadden op het gebied van de JeugdzorgPlus?
  2. Bent u het met ons eens dat bij een zorgvuldige aanbestedingsprocedure niet alleen het voornamelijk hebben van expertise op het gebied van inkoop- en beleidsniveau van belang is, maar dat specifieke vakinhoudelijke kennis eveneens onontbeerlijk is? Zo ja, hoe kan het dan toch dat er geen leden met inhoudelijke kennis van de JeugdzorgPlus deel uitmaakten van de beoordelingscommissie?
  3. Bent u het met ons eens dat wij onmogelijk onze wettelijke controlerende taak kunnen uitvoeren wanneer wij geen toegang krijgen tot de namen van de commissieleden?

In onze eerdere vraag (4) over de beoordelingscommissie verwijst u ook nog naar het vonnis van de rechtbank van 5 december 2018 waarin de rechter heeft geoordeeld - in de door Parlan aangespannen rechtszaak – dat er geen aanwijzingen zijn dat de commissieleden vooringenomen of partijdig zijn, maar dat de beoordelingscommissie ter zake kundig was in de aanbesteding.

  1. Bent u zich ervan bewust dat de uitspraak enkel gebaseerd is geweest op de gevolgde procedure en op geen enkele wijze gebaseerd was op onderzoek naar eventuele belangenverstrengeling? Zo ja, waarom belet u ons dan om verder onderzoek te doen?

Advocaat mr. J.T. heeft tijdens het kort geding de rechter nadrukkelijk verzocht om geheimhouding en was fel gekant tegen het openbaar maken van de namen van de zes commissieleden.

  1. Bent u op de hoogte van het feit dat advocaat mr. J.T. fel gekant was tegen het prijsgeven van deze namen tijdens het kort geding? En is het bij u bekend dat dit doelbewust uit het vonnis is weggelaten?

Op onze vragen over de 12 miljoen euro antwoordt u dat dit bedrag u niet bekend voorkomt en dat er slechts een dagtarief van 423 euro is afgesproken, exclusief een eventuele aanvullende specialistische behandeling in de ggz. Op de balans per 31 december 2018 van Stichting Horizon staat echter een bedrag van 12 miljoen opgevoerd als ontvangen voorschotbedragen grote regio.

Jaarbericht
  1. Kunt u onderbouwen dat het bedrag van 12 miljoen euro op de balans van Stichting Horizon niet van de 18 gemeenten afkomstig is?
  2. Bent u het met ons eens dat het slechts noemen van een dagtarief kan wijzen op gegoochel met cijfers?

In antwoord op onze vragen (24, 25, 26) over het niet meer doorverwijzen van jongeren van Horizon naar Transferium waardoor jongeren ver buiten de regio geplaatst zijn, stelt u dat Horizon hier geen verbod voor heeft ingesteld en dat de reden dat jeugdigen buiten de regio geplaatst zijn samenhangt met specifieke problematiek en dat dit ook bij het oude contract een gebruik was. U geeft aan dat in de periode vanaf 4 februari tot 30 september 2019 51 jongeren uit NHN een machtiging gesloten plaatsing gekregen hebben. 38 jongeren (75%) zijn in Antonius Bakkum geplaatst. Dertien jeugdigen (=25%) zijn elders geplaatst van wie acht bij Parlan/Transferium en vijf bij Horizon Harreveld op de specialistische behandelgroepen.

  1. Op 3 juli 2019 was de officiële opening van de locatie Antonius in Bakkum. Vanaf dat moment lopen alle aanmeldingen via Horizon. Nu er volgens u geen sprake is van een verbod om jongeren over te plaatsten naar het Transferium, zouden we graag specifiek van u willen weten in welk tijdsbestek jongeren waar geplaatst zijn
    1. Hoeveel jongeren zijn er na 3 juli 2019 nog bij Parlan/Transferium geplaatst?
    2. Hoeveel jongeren zijn er na 3 juli 2019 in Harreveld geplaatst?
    3. Volgens onze informatie zijn er na 30 september wel degelijk twee jongeren vanuit Antonius in Bakkum overgeplaatst naar Harreveld, ondanks dat Horizon dit breeduit heeft ontkend in de media. Klopt het dat er zeker twee jongeren zijn overgeplaatst vanuit Antonius in Bakkum naar Harreveld na 30 september
  2. Klopt het dat deze twee jongeren vanuit Antonius in Bakkum naar Harreveld zijn overgeplaatst, zonder opgaaf van reden en zonder tussenkomst van een kinderrechter en dat er tevens ook geen kinder- en jeugdpsychiater vooraf is geconsulteerd, terwijl dat wel noodzakelijk was?
  3. Als dit klopt dan zou het totaal aan buiten de regio geplaatste jongeren in totaal op 7 komen.
    1. Klopt dit aantal of zijn het er inmiddels nog meer?
    2. Is het de normale gang van zaken in Antonius dat jongeren met ernstige psychiatrische problematiek steevast naar Harreveld overgeplaatst worden zonder dat er vooraf een kinder- en jeugdpsychiater geconsulteerd wordt en zonder dat er überhaupt een kinderrechter in dit besluit betrokken wordt?
  4. Onder het oude contract met Parlan/Transferium werd slechts 2-3% van de jongeren buiten de regio geplaatst. Nu is dat al 10% tot 30 september en 13% tot nu. Hoe verklaart u dit grote verschil?
  5. Bent u bekend met de gruwelijke verhalen die over Harreveld de ronde doen, zoals machtsvertoon, stelselmatig seksueel geweld en onderdrukking?
  6. Volgens onze informatie worden overplaatsingen naar Harreveld regelmatig als machtsmiddel ingezet door sommige personeelsleden van Horizon.
    1. Bent u het met ons eens dat, zelfs als de gruwelijke verhalen over Harreveld niet op waarheid zouden berusten, het een zeer oneigenlijk machtsmiddel is om jongeren met deze overplaatsing onder druk te zetten wanneer ze zich niet gedragen?
    2. Bent u het met ons eens dat dit een brevet van onvermogen is om met deze specifieke casuïstiek om te gaan?
    3. Bent u het met ons eens dat er hierdoor een precedent geschapen wordt om jongeren te beteugelen en dat dit ontoelaatbaar is?
  7. Is het u bekend dat er vrijwel wekelijks jongeren weglopen van Antonius doordat er bijvoorbeeld een raam wordt ingeslagen?
  8. Niet alle jongeren schijnen terug te keren nadat ze weggelopen zijn. Kunt u ons informeren hoeveel jongeren er tot nog toe weggelopen zijn en hoeveel daarvan er niet meer teruggekeerd en zelfs spoorloos verdwenen zijn?
  9. Volgens onze informatie is het personeel op de locatie Bakkum lang niet altijd deskundig, wisselt het personeelsbestand voortdurend en is er zelfs onderbezetting. Bent u hiervan op de hoogte?
  10. Bent u het met onze conclusie eens dat het gebouw in Bakkum eigenlijk helemaal niet geschikt is voor deze vorm van jeugdzorg?
  11. Bent u op de hoogte van het feit dat Horizon recent een bod heeft gedaan op het gebouw van Transferium? Waarom zou Horizon überhaupt dit gebouw in handen willen hebben, terwijl ze een totaal andere wijze van behandelen voorstaan?

Op 30 oktober ontvingen wij een mail van de bestuurder van Horizon waarin stond dat men van een gemeenteambtenaar vragen had gekregen over Antonius, dat onze vragen aan het college inmiddels beantwoord waren en dat we die ongetwijfeld inmiddels ontvangen hadden. Dat ze ons daarnaast wilden uitnodigen voor een bezoek om eventueel nog aanwezige vragen te beantwoorden en dat ze graag vernamen of wij prijs stelden op een ontmoeting.

Bij ons was de beantwoording op dat moment echter nog helemaal niet bekend en we hebben op 31 oktober dan ook beleefd geantwoord dat we geen prijs stelden op een ontmoeting.

Vervolgens kregen wij op 1 november wederom een mail met een iets andere toonzetting waarin wij nadrukkelijk verzocht werden om contact op te nemen met de voorzitter van de Raad van Toezicht iHUB, waarbij men er op voorhand op rekende dat wij contact met hen wilden opnemen zodat ze de beloning, gekoppeld aan de WNT-regeling aan ons konden uitleggen en toelichten. Onze in onze ogen terechte vraag over de beloning van de bestuurder werd overduidelijk niet gewaardeerd.

  1. Wat vindt u ervan dat de bestuursvoorzitter van Horizon kennelijk eerder dan wij zelf op de hoogte was van het feit dat onze vragen al beantwoord waren?
  2. Als gemeenteraadslid heb je naast een kaderstellende ook een controlerende rol. Die voeren wij naar eer en geweten uit, en als wij daarvoor bepaalde vragen willen stellen, dan doen we dat. Dat een bestuurder van een organisatie uit de private sector het nodig vindt om zich te bemoeien met het werk van een wettig gekozen volksvertegenwoordiger en daar invloed op probeert uit te oefenen omdat de vragen hem niet aan staan, geeft geen pas in een democratisch bestel. Wij zijn niet van plan om ons hierdoor te laten intimideren, maar bent u het ook niet met ons eens dat de bestuurder van Horizon hier een grens over gaat?


  3. Alles in overweging nemend vindt u ook niet dat er in het belang van de jongeren maar beter zo spoedig mogelijk een einde gemaakt kan worden aan de samenwerking met Horizon en het contract beëindigd moet worden?